Het te realiseren bloemen- en bijenlandschap langs het Bels Lijntje met vertakkingen in het nabijgelegen  landschap vormt een aaneenschakeling van hoogwaardige leefgebieden. Met een juist voedselaanbod en geschikte nestplekken dringen we de lokale achteruitgang van wilde bijen terug en herstellen we wilde bijenpopulaties.

 Wat hebben wilde bijen precies nodig om te overleven?

  • een nest (bed), wilde bijen bouwen een nest in de grond of in holle stengels of kevergangen in oude bomen; bijenhotel bieden kunstmatige nesthulp als oud en struweel ontbreekt
  • voedsel (breakfast) bijen hebben nectar en pollen nodig;
  • zon, bijen houden van warmte
  • kleinschalig landschap; bijen gedijen in een gevarieerd landschap met grote diversiteit en een beetje rommelig.

Deze vier levensvoorwaarden moeten binnen het vliegbereik van de wilde bijen liggen. Te verre vliegtochten tussen nest en voedsel kosten teveel energie waardoor de voortplanting in gevaar komt. Grote bijen, zoals hommels hebben een groter vliegbereik dan kleine bijen, zoals maskerbijen. Vandaar dat geschikte leefgebieden niet te ver van elkaar mogen liggen. Dan blijft uitwisseling mogelijk waardoor zich duurzame populaties van wilde bijen kunnen handhaven of vestigen.

Evenals wilde bijen profiteren vlinders, zweefvliegen en andere bloembezoekers van een gunstig leefgebied met nestgelegenheid en een rijk aanbod van bloeiende kruiden, struiken of bomen. En heel veel predatoren (roofdieren) en andere dieren zoals vogels en zoogdieren hebben baat bij een groot aanbod aan insecten.

Bewoners en recreanten genieten echt van hun landschap als dat meer geur, kleur en fleur uitstraalt.

Grijze zandbij – Pieter van Breugel

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn